*)Het superheterodyne principe: Het is
mogelijk om een radiotoestel selectiever
te maken door het ontvangen radiosignaal
meerdere afstemkringen te laten
passeren. De afstemkringen laten alleen
het gewenste signaal door, alle andere
signalen worden verzwakt. Zo ontstonden
2-, 3- en zelfs 4-krings ontvangers.
Elke kring dient daarbij nauwkeurig te
worden afgestemd op de frequentie van de
te ontvangen zender. De
afstemcondensator bestaat uit 2, 3 of 4
gekoppelde en volkomen gelijke
afstemcondensatoren met exact dezelfde
karakteristieken. Een dergelijke
radiotoestel heet een "rechtuit"
ontvanger. Het zou natuurlijk handig
zijn wanneer de afstemkringen niet
variabel, maar vast konden worden
uitgevoerd.
Bij de superheterodyne
wordt inderdaad gebruik gemaakt van
meerdere vaste afstemkringen om een hoge
selectiviteit te bereiken. Hiertoe wordt
het antennesignaal eerst gemengd met een
hulpsignaal waarvan de frequentie
nauwkeurig kan worden ingesteld. Dit
hulpsignaal is afkomstig van een
instelbare oscillator. Bij de menging
met het antennesignaal ontstaat onder
meer een signaal waarvan de frequentie
gelijk is aan het verschil van de
ontvangstfrequentie en de
oscillatorfrequentie. Dit
verschilsignaal heeft steeds dezelfde
frequentie, en kan dus worden
versterkt via een aantal vast ingestelde
afstemkringen. Meestal is de
verschilfrequentie lager dan de
ontvangstfrequentie. De vaste
verschilfrequentie wordt
"middenfrequentie" genoemd. De mengtrap
noemde men indertijd "eerste detector".
(met dank aan John Hupse)