Home
Radio's
  Bekius
  Belgische batterijradio
  Braun
  Larsen de Breij & Co
  Bush
  Cadène
  Cossor
  Curry
  Ducretet
  Ekco
  Emud
  Engelse kabinet radio
  Erres
  Fada
  Gamage
  General Electric
  Grammont
  Grundig
  Haagsche Radio
  Onderneming
  Van der Heem &
  Bloemsma
  L'Indiscret
  Kennedy
  Larret
  Lorenz
  Marconi

  Mende

  Mildé-Bayard
  Monarch (France)
  NSF
  Het Oosterpark
  Orion
  Péricaud
  Philips
  Pye
  Radio-Compagnie
  Amsterdam
  Radio Lucien Lévy
    Superhétérodyne A
  Rega
  Schaleco
  Seibt
  SFR
  Telefunken      
  Telegrafia
  Tesla
  De Tijdgeest/Airvoice
  Unigro
  United Engine Co.
  Verwer Radiobouw
  Videoton
  Waldorp
  Weco
  Westinghouse
  Zenith
Luidsprekers
Diversen
Buizen
Nostalgie
Links
Te koop

 
Lucien Lévy
Lucien Lévy (1892-1965) was een belangrijke Franse radiopionier. Net voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog behaalde hij zijn ingenieursdiploma aan l’Ecole Supérieure de Physique et Chimie van Paris. In 1916 werd hij hoofd van het laboratorium van het militaire radiostation op de Eiffeltoren en werd ook de eerste zender - van 1,5 kW - in gebruik genomen. Vanaf dat jaar begon hij met experimenten die uitmondden in het superheterodyne principe*. In augustus 1917 werd het principe vastgelegd in brevet n°493660. In 1918 werd het verbeterde principe opnieuw vastgelegd in een tweede patent. De Amerikanen erkenden de patenten niet en schreven de uitvinding toe aan Edwin H. Armstrong.

Het eerste gebruik van radiobuizen in vervoermiddelen, zoals vliegtuigen en automobielen wordt toegeschreven aan Lucien Lévy.

In maart 1926 richtte hij établissements Radio LL op (hoewel ook daarvoor al radio's onder deze naam werden verkocht). Om de verkoop van radio's te stimuleren werd in hetzelfde jaar ook een radiozender van 1 kW in de rue de Javel in Parijs door Radio LL in gebruik genomen. In zijn fabriek werden veel radio's gemaakt, zoals de onvolprezen Syncrodyne.

*)Het superheterodyne principe: Het is mogelijk om een radiotoestel selectiever te maken door het ontvangen radiosignaal meerdere afstemkringen te laten passeren. De afstemkringen laten alleen het gewenste signaal door, alle andere signalen worden verzwakt. Zo ontstonden 2-, 3- en zelfs 4-krings ontvangers. Elke kring dient daarbij nauwkeurig te worden afgestemd op de frequentie van de te ontvangen zender. De afstemcondensator bestaat uit 2, 3 of 4 gekoppelde en volkomen gelijke afstemcondensatoren met exact dezelfde karakteristieken. Een dergelijke radiotoestel heet een "rechtuit" ontvanger. Het zou natuurlijk handig zijn wanneer de afstemkringen niet variabel, maar vast konden worden uitgevoerd.
Bij de superheterodyne wordt inderdaad gebruik gemaakt van meerdere vaste afstemkringen om een hoge selectiviteit te bereiken. Hiertoe wordt het antennesignaal eerst gemengd met een hulpsignaal waarvan de frequentie nauwkeurig kan worden ingesteld. Dit hulpsignaal is afkomstig van een instelbare oscillator. Bij de menging met het antennesignaal ontstaat onder meer een signaal waarvan de frequentie gelijk is aan het verschil van de ontvangstfrequentie en de oscillatorfrequentie. Dit verschilsignaal heeft steeds dezelfde frequentie, en kan dus worden versterkt via een aantal vast ingestelde afstemkringen. Meestal is de verschilfrequentie lager dan de ontvangstfrequentie. De vaste verschilfrequentie wordt "middenfrequentie" genoemd. De mengtrap noemde men indertijd "eerste detector". (met dank aan John Hupse)

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op zondag 20 november 2011